'Uh... ik drink heel veel wijn en daar schrijf ik dan stukjes over', zeg ik als mensen me vragen hoe ik aan de kost kom. Aarzelend, want ik blijf het wat vreemd vinden. Politie, brandweer, bestuurder van een grote graafmachine, dat zijn Echte Beroepen. Wat je wilde worden toen je nog met Lego speelde. De mensen vinden het ook vreemd. Dus ik leg uit: wekelijkse stukjes voor Elsevier en AD en verder voor diverse tijdschriften, m'n nieuwe wijnencyclopedie Tot op de bodem... De mensen kijken nu gelukzalig: je brood met wijn verdienen! Beroepshalve dronken door het leven! Ja, ik had het ook nooit gedacht, toen ik rechtsgeschiedenis studeerde en wijn niet meer dan een liefhebberij was, met flessen in de kaartenbakken. Maar ik werd gevraagd voor een stukje over wijn, een boek (m’n eersteling Over de Tong, in 1994), meer stukjes, nog een boek... En dan is er sinds 2001 nog jaarlijks de Superwijngids. Is wijn dan ook nog leuk, als er zo'n drieduizend flessen op de stoep staan om geproefd te worden? Ja. Maar het is ook wel echt werk. De lekkerste wijn? Vrolijke wijn! Wijn moet wat te vertellen hebben, je moet kunnen proeven waar hij vandaan komt, welke druiven erachter zitten, maar bovenal moet wijn plezier zijn.