menu sluiten

BREIPATRONEN

Er zijn simpele patronen speciaal voor beginnende breisters, maar ook uitdagende patronen voor wie al meer ervaring heeft met breien.
Daag jezelf uit om aan de slag te gaan met de breipatronen van Hema.

verrassende patronen

mandje

Haak je eigen mandje, die je overal voor kunt gebruiken. Je kunt er een plantenmand van maken. De mand is ook ideaal om kleine accessoires in op te bergen.

scrunchie

Een scrunchie is een met stof beklede elasitische haarband. De extra stof om de haarband zorgt er voor dat je haar minder snel breekt. Je kunt de scrunchie ook om je pols dragen als accessoire.

placemat

Om je tafel mooi te dekken voor een maaltijd en je gasten te imponeren, kun je je eigen placemats neer leggen. Ze zijn niet alleen een mooie toevoeging op tafel, maar ook nog heel handig.

potjes

Grote potjes, kleine potjes, staande potjes, hangende potjes... Alles is mogelijk! Maak wat extra's van een normale bloempot, vaas of kaarshouder.

sjaal

Op zoek naar een leuke sjaal? Maak er zelf een! Niets is lekkerder dan een eigen gebreide sjaal.

colsjaal

Een colsjaal is echte must haves, voor elk seizoen. Het is in de winter houden lekker warm om je hals en nek en in de zomer geeft het een twist aan je outfit.

babymuts

Pasgegeboren baby's moeten vaak een musje op, om op temperatuur te blijven. Maak voor de kleine een zelfgemaakt mutsje, met of zonder pompom bovenop.

babysweater

Op zoek naar een uniek babyshower / kraamcadeau, of heb je wat tijd over? Maak een unieke babysweater, in meerdere maten te maken!

maak jouw HEMA mandje

mandje

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Haaknaald 10 mm
- Lintgaren big ribbon (2x 125g)
- Stopnaald
- Optioneel: 35mm pompom maker

Steken:
- Losse (l)
- Vaste (v)
- Halve vaste (hv)
- Half stokje (hst)

Optioneel:
Maak een aantal pompoms met Eucalyps garen en bevestig deze aan de mand.
En alvast een kleine tip:
voor een kleiner mandje maak je een rondje minder. Wil je een groter mandje? Maak dan gewoon een rondje meer!

mandje

zo maak je jouw HEMA mandje

Bodem:
Je werkt met toerafsluiting (hv). De eerste steek maak je in dezelfde steek als waar je de cirkel gesloten hebt.
Start met het maken van een magische ring.
T1: 2l (telt niet als 1ste half stokje), 10hst in ring, sluiten met hv in 1ste hst. (10)
T2: Meerderen: 2l, * 2hst in zelfde steek*, sluiten met hv. (20)
T3: Meerderen: 2l, * 1hst, 2hst in volg.*, hv sluiten. (30)
T4: Meerderen: 2l, * 2hst, 2hst in volg*, hv sluiten. (40)
T5: Meerderen: 2l, * 3hst, 2hst in volg*, hv sluiten. (50)
T6: 1l, * v in achterste lus * hv sluiten.(50) (negeer de 1ste losse in de volgende ronde)

Body:
Je werkt vanaf nu in spiraalvorm.
T7-16: v in elke v (50)

Hendels:
T20: 10v, 8l, 6 steken overslaan, 19v, 8l, 6 steken overslaan, 9v. (54)
De laatste ronde werk je tegen de klok in.
T21: Start in de steek waarin je geëindigd bent, 9v tegen de klok in, 10v (tegen de klok in) om de losse ketting, 19 v tegen de klok in, 10v (tegen de klok in) om de losse ketting, 10v tegen de klok in, hv sluiten. (58)
Hecht af en werk de draad af.

maak jouw HEMA scrunchie

scrunchie

zo maak je een scrunchie

T1: Start met het haken van een toer vaste om het elastiek heen. Zorg ervoor dat je tussendoor het elastiek uitrekt, zodat deze helemaal bedekt is als je het elastiekje uittrekt om je haar. Sluit met een hv.
T2: 3l (telt als eerste stokje), 1 stokje in dezelfde ruimte als waar je de 3l op hebt gemaakt, 2 stokjes in elke v. Sluit met een hv. Hecht af en werk de draad netjes weg.

Je scrunchie is klaar! Om een scrunchie te maken kun je elk type garen en elke kleur die je wilt gebruiken, genoeg variaties mogelijk dus!

maak jouw HEMA placemat

placemat

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Haaknaald 10 mm
- Lintgaren big ribbon (2x 80g)
- Stopnaald

Diameter 30cm (11,81 inch)

Steken:
- Losse-l
- Halve vaste- hv
- Vaste- v
- Stokje- st
- Half stokje- hst

placemat

zo maak je jouw HEMA placemat

T1: Start met een magische ring en haak 10st in de ring, sluit ring met een hv (=10).
T2: haak 3l (telt mee als eerste stokje), haak 1st in dezelfde opening als waar je de 3l op hebt gehaakt, haak vervolgens 2st in elk stokje van de vorige toer, sluit ring met een hv(=20).
T3: haak 3l (telt als eerste stokje), 1 st in dezelfde opening als waar je de 3l op hebt gehaakt, *1st in volg, 2st in volg.* , herh. *..* tot einde van de toer, sluit ring met een hv (=30).
T4: Haak 3l (telt als eerste stokje), 2st in volg., 1st in volg, * 1st in volg. , 2st in volg., 1st in volg.* herh. *..* tot einde van de toer (=40).
T5: Haak 3l (telt als eerste stokje), 1st in volg, 1st in volg, 2st in volg., *1 st, 1st, 1st, 2st in volg* herh. *..* tot einde van de toer, sluit met een hv (=50).
T6: Haak 3l (telt als eerste stokje), 1st in volg, 2st in volg., 1st, 1st, *1st, 1st, 2st in volg, 1st, 1st* herh. *..* tot einde van de toer, sluit met een hv (=60).
Afhechten en draad netjes wegwerken.

maak jouw HEMA potjes

potjes

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Een bolletje Eucalyptus garen in jouw favoriete kleur
- Stopnaald

Steken:
- Losse-l
- Halve vaste- hv
- Vaste- v
- Half stokje -hst
- Stokje -st
- Reliëfstokje voor- reliefst

tip van HEMA:
Vul je zelfgemaakte potjes met de leukste Hema kaarsvazen, lampen, planten en (droog)bloemen!

staand potje

zo maak je een staand potje

T1: Maak een magische ring en haak 12st in de ring, sluit de ring met een hv (=12).
T2: Meerd.: 3l (telt als eerste st, hier en in de rest van het patroon), 1st in dezelfde steek, 2st in elke volgende steek, sluit met een hv (=24).
T3: Meerd.: 2l, 2st in volg., *1st, 2st in volg.*, herh. *..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=36).
T4: 1l (telt als eerste v, hier en in de rest van het patroon), haak 1v in elk st, sluit met een hv (=36).
T5: Meerd.: 1l, 2v in volg., *1v, 2v in volg.*, sluit met hv (=54).
T6: 5l (telt als eerste st+ 2l), *sla 1v over, 1st, 2l*, herh. *..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=54).
T7-10: 5l (telt als eerste st+2l), *reliëfstokje voor op het volgende st, 2l*, herh.*..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=54).
T11-15: 4l (telt als eerste st + 1l),*reliëfst. voor op het volgende st, 1l*, herh. *..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=54).
T16: 3l, *2st in de lossenboog van de vorige toer*, herh. *..* eindig met 1st in de laatste lossenboog, sluit met een hv (=54).
T17-19: 1l (telt als eerste st), *1v in achterste lus*, herh. *..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=54).
T20: Mind.: 3l, 1st, *haak 2v samen*, herh. *..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=27).
T21: 1l, draai je werk (je kijkt nu in de binnenkant). Haak 1v in elk st, sluit met een hv (=27)
Hecht af en werk alle draden netjes weg.

hangend potje

zo maak je een hangend potje

T1: Maak een magische ring, 1l (telt als eerst v), 9v, sluit ring met en hv (=10).
T2: Meerd.: 1l (telt als eerste v) in dezelfde v nog 1v, 2v in elke v, sluit met een hv (=20).
T3: Meerd.: 1l (telt als eerste v), 2v in volg., *1v, 2v in volg.*, sluit met een hv (=30).
T4: Meerd.: 1l (telt als eerste v), 1v, 2v in volg., *2v, 2v in volg.*, sluit met een hv (=40).
T5: Meerd.: 1l (telt als eerste v), 2v, 2v in volg., *3v, 2v in volg.*, sluit met hv (=50).
T6: 1l (telt als eerste v), 1v in elke v, sluit met hv (=50).
T7: 5l (telt als eerst st + 2l), *sla 1 steek over, 1st, 2l*, herh. *..* tot einde van de toer, sluit met een hv (=50).
T8-12: 5l (telt als eerste st+ 2l), *reliëfst. voor op volg. st, 2l*, herh. *..*tot einde van de toer, sluit met een hv (=50).
T13-17: 14l (telt als eerste st + 1l), *reliëfs voor op volg. st, 1l*, herh. *..* tot einde van de toer, sluit met een hv (=50).
T18-21: 2l (telt als eerste hst), 1 hst in elke steek, sluit met een hv, 60l (voor de ophanglus), zet deze vast met een hv aan de andere kant van de pot.
Hecht af en werk alle draden netjes weg.

hangende pot

zo maak je een grote hangende pot

T1: Maak een magische ring, 3l (telt als eerste st), 11st in de ring, sluit met een hv in de 3de l van de eerste 3l (=12).
T2: Meerd.: 3l (telt als eerste st, hier en in de rest van het patroon), 1st in dezelfde steek, 2st in elke volg. steek, sluit met een hv (=24).
T3: Meerd.: 2l, 2st in volg., *1st, 2st in volg.*, herh. *..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv (=36).
T4: Meerd.: 2l (telt als eerste hst), 1 hst, 2 hst in volg., *2hst, 2hst in volg.*, herh. *..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv in de tweede l (=48).
T5: 1l (telt als eerste v, hier en in de rest van het patroon), 1v in elke steek, sluit met een hv(=48).
T6: 5l (telt als eerste st+ 2l) sla 1 steek over, *1st, 2l, sla 1 steek over*, herh. *..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv in de 3de l (=48).
T7: 3l (telt als st), st in de 2 lossenboog van de vorige toer, * reliëfst. voor op de volg. steek, st in de 2 lossenboog van de vorige toer*, herh. *..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv (=48).
T8: 1l (telt als eerste v), 1v in elke steek (achterste lus), sluit met hv (=48).
T9-20: herh. T6-7-8 nog 4 keer.
T21-24: 1l (telt als eerste v), 1v in elke steek (achterste lus), sluit met hv, 60l (voor de ophanglus), zet deze vast met een hv aan de andere zijde van de pot.

klein hangende pot

zo maak je een klein hangend potje

T1: Maak een magische ring, 3l (telt als eerste st, hier en in de rest van het patroon), 11st in de ring, sluit met een hv in de derde l van de 3l (=12).
T2: Meerd.: 3l, 1st in dezelfde steek als de 3l, 2st in iedere steek, sluit met hv (=24).
T3: Meerd.: 3l, 2st in volg., *1st, 2st in volg.*, herh. *..* tot het einde van de toer, sluit met een hv (=36).
T4: Meerd.: 1l (telt als eerste v), 1v, 2v in volg., *2v, 2v in volg.*, herh. *..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv in de tweede l (=48).
T5: 5l (telt als eerste st + 2l) sla 1 steek over, *1st,2l, sla 1 steek over*, herh.*..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv in de 3de l (=48).
T6: 3l, 1st in de 2 lossenboog van de vorige toer, *reliëfst. voor op de volgende steek, st in 2 lossenboog van de vorig toer*, herh. *..* tot aan het einde van de toer, sluit met een hv (=48).
T7: 1l (telt als eerste v), 1v in elke steek (achterste lus), sluit met hv (=48).
T8-16: herh. T5-6-7 nog 3x.
T17-20: 1l (telt als eerste v), 1v in elke steek (achterste lus), sluit met een hv, 45l (voor de ophanglus), zet deze vast aan de andere kant van de pot met een hv.

maak jouw HEMA sjaal

sjaal

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Eucalyptus garen in jouw favoriete kleur (6x 50g (3,53 oz))
- Haaknaald 4 mm

Maten van het project:
- 22 cm x 135 cm (8,66 inch x 53,15inch)

Proeflapje 10cm x 10cm:
- 21 steken x 30 naalden

Steken:
- Rechte steek: r
- Averechte steek: av
- Dubbele overhaling: Haal 1 st. recht af, brei de volgende 2 st. rechts samen, haal de afgehaalde st. over de samengebreide steken heen.
- Kantsteken: kantst. Er bestaan verschillende soorten kantsteken. Voor deze sjaal gebruiken we als kantsteek de ribbelsteek. Bij deze kantsteek brei je de eerste en de laatste steek van elke naald altijd recht.
- Omslag: omsl

sjaal

zo maak je een sjaal

zet 47st op (st deelbaar door 5+2 kanstst)

Nld1: 1 kantst. *3r., 2av.* , 1 kantst.
Nld2: 1 kantst., * 2r., 3av.*, 1 kantst.
Nld3: 1 kantst., *3r., 2av.*, 1 kantst.
Nld4: 1 kantst., *2r., 3av.*, 1 kantst. *
Nld5: 1 kantst *1 omsl., 1 dubbele overhaling, 1 omsl., 2av.*, 1 kanstst.
Nld6: 1 kantst., *2r., 3av.* , 1 kantst.

Herhaal nld 1- 6 tot de sjaal de gewenste lengte is. Maak aan beide uiteinde kwasten vast. Knip 76 strookjes van 55 cm. Maak groepjes van twee. Verdeel deze over beide uiteinden van de sjaal. Vouw het groepje van twee dubbel, steek je haaknaald door de plaats waar je het kwastje wilt bevestigen, pak de dubbelgevouwen draadjes op en haal door. Je hebt nu een lus, haal het uiteinden van de draad door deze lus. Maak nog een knoopje.

maak jouw HEMA colsjaal

colsjaal

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Lintgaren big ribbon (2x 125g)
- Breinaald 10-12 mm
- Zpagetti naald (grove stopnaald)

colsjaal

zo maak je een colsjaal

De sjaal wordt over de lengte gebreid. Zet 70 steken op – of tot een lengte van circa 43 cm

T1: * 2r,2 av*
T2: * 2av, 2r*
T3-23: Herhaal T1 en T2 totdat je een hoogte van circa 12 cm hebt bereikt.
T24: Afkanten

Je gaat de colsjaal nu sluiten. Gebruik een grove stopnaald om de twee korte zijden aan elkaar te bevestigen met een slingersteek.

maak jouw HEMA muts en sjaal

muts en sjaal

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Lintgaren big ribbon (4x 125g)

muts en sjaal

zo maak je een muts en sjaal

De sjaal wordt ongeveer 170 cm lang en 15 centimeter breed. De bijpassende muts breien we in dezelfde steek en wordt ca. 28 cm hoog (zonder omslag van de boord) en een omtrek van 40 cm. De muts en sjaal worden gebreid in de dambordsteek. Dit geeft een mooi gewafeld effect. De dambordsteek brei je door af te wisselen tussen recht en averecht. Bijvoorbeeld 3 steek recht gevolgd door 3 steek averecht. Hieronder staan de steken die je gebruikt om de dambordsteek te maken.

Sjaal in dambordsteek
Stap 1: Zet 15 steken op je breinaald. Zorg dat je lekker los werkt voor een luchtige structuur.
Stap 2: Brei nu een rechte lap met deze steek en wissel per 3 naalden de volgorde. Ga hiermee door tot de klos bijna helemaal op is en je een draad overhoudt van ongeveer 25 cm.
Stap 3: Kant het breiwerk af en werk de losse draadjes weg in je breiwerk. Dit kun je doen met een stopnaald.

Muts in darmbordsteek
Stap 1: Voor het boord zet je 39 steken op je breinaald. Brei nu 14 naalden in de boordsteek. Dit wordt de rekbare omslagrand van de muts.
Stap 2: Ga nu verder met de dambordsteek: 4 recht/ 4 averecht (dus niet 3 zoals bij de sjaal). Brei 22 naalden in de op deze manier en laat de steken steeds per 4 naalden wisselen van volgorde voor een mooie vierkante ruitstructuur.
Stap 3: Werk de lap niet af maar trek een draad Lintgaren door de kusjes op je breinaald en trek het geheel aan. De zijnaden naai aaneen met een slingersteek met een draad Lintgaren. Hecht af met een strak knoopje.

maak jouw HEMA babymuts

babymuts

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Eucalyptus of kantoen/linnen garen, hoofdkleur naar jouw keuze (2x 50g (3,53oz))
- Eucalyptus of kantoen/linnen garen, contrastkleur naar jouw keuze (2x 50g (3,53oz))
- Rondbreinaald 4 mm
- Stopnaald
- Stekenmarkeerder 4x

Maten:
- Newborn (baby, kleuter)

Steken:
- Steek: s
- Recht: r
- Averecht: av
- 2 steken samen breien: 2samenbr
- 2 steken afhalen en rechts samen breien: 2afh1r

Steekverhouding
- 20 steken = 20 cm
Tip: gebruik een andere kleur stekenmarkeerder die het begin van de toer aangeeft.

babymuts

zo maak je een babymuts

Boordrand van de muts
Neem je contrastkleur en zet 72 (80, 88) steken op. We gaan rondbreien, dus zet een stekenmarkeerder op voordat je met de volgende naald begint.
Stap 1: Brei 4,5cm (5cm; 5,5cm) boordsteek (1r, 1av).
Stap 2: Brei 1 naald alle steken recht, dit wordt de vouwrand.
Stap 3: Brei 4cm (4,5cm; 5cm) boordsteek.
Stap 4: Brei nog 1 naald alle steken recht.

Mutsje
Wissel naar hoofdkleur. Brei tricotsteek (alle steken recht) tot 11cm (11,5cm; 12cm) vanaf de vouwrand. Brei dan nog één naald, en zet elke 18 (20, 22) een stekenmarkeerder op. Dit is waar je gaat minderen.
Nld1: *2afh1r., brei alle s. recht tot 3s. voor de stekenmarkeerder, 2samenbr., 1r., markeerder overzetten* 4x.
Nld2: Alle s. recht breien.
Herhaal Nld 1 en Nld 2 tot er maar 3 steken in elk deel over zijn. Knip het garen af, laat een lange staart over. Gebruik een stopnaald om het garen door de 12 overgebleven steken te rijgen en bindt af.

Een leuk extraatje!
Maak een pompom en bevestig de pompom aan het mutsje.
Stap 1: Pak een stuk karton en teken twee cirkels met een doorsnede van 45mm. In deze cirkels teken je een kleinere cirkel met een doorsnede van 22,5mm. Snij de cirkels uit.
Stap 2: Leg de twee cirkels op elkaar en wikkel de (hoofdkleur) draad om de cirkels heen, totdat deze goed gevuld is met het garen.
Stap 3: Knip de draden door tussen de twee pompom makers cirkels.
Stap 4: Bind een draadje tussen de twee pom pom makers om het garen bij elkaar te houden, zorg ervoor dat dit draadje een lang uiteinde heeft om de pom pom later aan het mutsje te bevestigen. Je kunt nu de pompom makers cirkels verwijderen.
Stap 5: Schud je pompom goed uit elkaar en knip deze eventueel bij.

maak jouw HEMA babysweater

babysweater

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Bolletje Eucalyptus of katoen/linnen garen in jouw favoriete kleur (maat 62 – 2x 50g, maat 68- 4x 50g , maat 74-4x 50g , maat 80- 6x 50g, maat 86 – 8x 50g)
- Haaknaald 3 mm
- Stopnaald
- Breinaalden 3mm en 3,5 mm
- Knoopjes 2x

Maten:
- Maat 62
- Maat 68
- Maat 74
- Maat 80
- Maat 86

Steekverhouding 10x10 cm
- 23 steken x 30 naalden

baby sweater

zo maak je een babysweater

Zo brei je het stippenpatroon
Het patroontje wat ingebreid is gaat over een aantal steken deelbaar door 4 + 2 kantsteken.
Nld1: 1 kantst.,*3 r, 1 av*, 1kantst.
Alle even naalden (2e ,4e, 6e, 8e nld.): av.
Nld3 en 7: brei alle st.r.
Nld5: 1 kantst., *1 av, 3 r*, 1kantst.

Rugpand
Gebruik 3mm naalden. 62-66-70-74-78 st. opzetten.
10 nld. boordsteek breien.
Ga dan verder met 3.5mm naalden in tricotsteek. In de eerste naald begin je met het patroontje.
Dit brei je verder tot een totale lengte van 23-26-29-32-35 cm.
Kant de middelste 16-16-18-18-20 st. af en brei ieder deel apart verder.
Kant aan weerszijde van de hals nog 1x3 st. af.
Kant op 24-27-30-33-36 cm. aan de rechterkant de resterende 19-21-22-24-25 st. af. Gebruik 3mm naalden om aan de linkerkant nog 8 nld. boordsteek te breien.
Kant alle steken soepel af.

Voorpand
Breien als rugpand tot 21-24-27-30-33 cm.
Kant middelste 6-6-8-8-10 st. af en brei ieder deel apart verder.
Kant aan weerszijden van de hals elke tweede nld. nog 1x3, 2x2 en 1x1 st. af.
Op een totale hoogte van 24- 27-30-33-36 cm de resterende 19-21-22-25-25 st. aan de linkerkant afkanten.
Gebruik 3mm naalden om aan de rechterkant nog 8 nld. boordsteek te breien en maak daarin 2 knoopsgaten (omslag dan 2 st. samen breien).

Mouw
Gebruik 3mm naalden om 34-36-40-42-44 steken op te zettenen brei 10 nld. boordsteek. Meerder daarbij verdeeld over de laatste nld. 6 steken.
Gebruik 3.5mm naalden om verder te breien in tricotsteek.
Begin in de 1e nld. met het stippenpatroon.
Meerder aan weerszijde van elke 4e nld:
maat 62: 8 x 1st. breien tot 15 cm
maat 68: 10 x 1 st. breien tot 17 cm
maat 74: 11 x 1 st. breien tot 19 cm
maat 80: 12 x 1 st. breien tot 21 cm
maat 86: 13 x 1 st. breien tot 23 cm
Blijf bij het meerderen het stippenpatroon volgen.

Afwerking
Naai alles in elkaar en haak langs de hals een randje vasten. Zet de knopen aan.

Je truitje is nu klaar!

maak jouw HEMA hoofdband

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Twee bolletjes wol in jouw favoriete kleur
- Haaknaald 7-8 mm
- Stopnaald
- Schaartje
- Meetlint

Afmetingen:
De maat van de hoofdband, gehaakt volgens onderstaand patroon, is voor een hoofdomtrek van ongeveer 56 cm.

Steken:
- Losse: l
- Stokje: st
- Haak een reliëf stokje aan de voorkant van het werk. Steek hiervoor van boven naar onder achter de steken van de vorige toer door: rel.st. voor
- haak een reliëf stokje aan de achterkant van het werk. Steek hiervoor van onder naar boven achter de steken van de vorige toer door: rel.st. achter

zo maak je een hoofdband

Begin met het opmeten van je hoofd. Pak hierna de haaknaald en het garen erbij. Start met een gewone opzetlus en haak het aantal lossen dat nodig is om de omtrek van je hoofd te halen. Let op: de lossenketting moet wel goed passend om het hoofd zitten. Wanneer deze te los is zal de hoofdband makkelijker afzakken.
Toer 1: Steek de haaknaald in bij de derde losse vanaf de naald en haak 1 st in elke steek van de lossenketting.
Toer 2: Haak 2 l, haak 1 rel. st. voorlangs in elke steek van de vorige toer. Eindig met een gewone st in de beginlossen van de vorige toer.
Toer 3: haak 2 l, haak 1 rel. st. achterlangs in elke steek van de vorige toer. Eindig met een gewone st in de beginlossen van de vorige toer.
Herhaal toer 2 en 3 totdat de hoofdband breed genoeg is. Voor het voorbeeld is de hoofdband uitgewerkt met 8 toeren van reliëf stokjes. Knip na de laatste toer de draad af op ongeveer 30cm en haal deze door de laatste lus.

Afwerking
Draai de hoofdband binnenstebuiten. Hierdoor zitten de ribbels aan de binnenzijde, de vlakke kant aan de buitenzijde. Vouw beide uiteinden dubbel in een U-tje. Vouw hierna de beide uiteinden in elkaar, waarbij de U-tje in elkaar vallen.
Naai de hoofdband nu aan elkaar vast met een paar steken. Gebruik hiervoor een stopnaald en het uiteinde van het garen. Zorg ervoor dat je bij het vastnaaien door alle 4 de lagen haakwerk steekt. Werk zodra alles vast zit de losse uiteinden van het garen weg in het haakwerk.
Draai de hoofdband weer om zodat de ribbels aan de buitenkant zitten en je band is klaar voor gebruik!

maak jouw HEMA pannenlappen

hoofdband

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Één of twee bolletjes bamboo garen in jouw favoriete kleur LINK
- Haaknaald 3 mm
- Stopnaald
- Schaartje

Afmetingen:
De maat van de pannenlappen, gehaakt volgens onderstaand patroon, is ongeveer 20 cm breedte x 20 cm lengte (zonder lus).

Steken:
- Losse: l
- Vaste: v
- Halve vaste: hv

zo maak je pannenlappen

Algemene instructies:
De pannenlappen worden gehaakt in heen- en weergaande toeren. Hierbij keer je het werk na iedere toer.

Instructies:
Pak het garen en start met een gewone opzetlus.
Toer 1: Haak een ketting van 20 l en sluit deze tot een ring met een hv in de eerste l.
Toer 2: Haak 1 l, 30 v om de lossenketting van de vorige toer, sluit met een hv (= 30 v) Haak bij alle volgende toeren de steken in de achterste lussen van elke steek.
Toer 3: Haak 1 l, 6 v, 3 v in de volgende steek, 6 v (= 15 v)
Toer 4: Haak 1 l, 7 v, 3 v in de volgende steek, 7 v (= 17 v)
Toer 5: Haak 1 l, 8 v, 3 v in de volgende steek, 8 v (= 19 v)
Toer 6: Haak 1 l, 9 v, 3 v in de volgende steek, 9 v (= 21 v)
Haak op deze manier verder. Hierbij worden er in de hoek van de pannenlap bij elke toer 3 v gehaakt. Knip de draad af en haal deze door de laatste lus. Werk overige uiteinden weg. Herhaal de bovenstaande stappen voor een tweede pannenlap. Mocht je de pannenlap groter willen hebben, haak dan op dezelfde wijze door totdat je de gewenste grootte hebt bereikt.

Liever een dubbele laag?
De pannenlappen zoals hierboven beschreven zijn enkel-laags. Mocht je de pannenlappen te dun vinden, dan is het mogelijk om ze dubbel-laags te maken. Haak hiervoor niet twee keer het bovenstaande patroon, maar vier keer. Leg hierna de pannenlappen in setjes van twee op elkaar en haak ze aan elkaar vast door rondom een toer van vasten te haken. Voor de enkel-laags pannenlappen heb je voldoende aan 1 bol garen. Voor de dubbel-laags pannenlappen zijn twee bollen nodig.

maak jouw HEMA punch needle leeuwtje

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Één of twee bolletjes bamboo garen in jouw favoriete kleur
- Borduurstof voor in de ring (lichte kleur of wit)
- Borduurring 20 cm diameter
- Schaartje
- Punchnaald 2.5 – 3 mm met draaddoorhaler
- Potlood of pen

Afmetingen:
De maat van de wandhanger, gemaakt volgens onderstaand patroon, is 20 cm diameter.

zo maak je een punch needle leeuwtje

- Begin met het opspannen van de stof in de borduurring. Gebruik borduurstof in een lichte kleur, dan schijnt de kleur niet door het garen heen. Knip het restant stof rondom de ring nog niet af, doe dit pas helemaal aan het einde.
- Leg de ring vervolgens met de achterkant naar boven voor je neer. Dit is de kant waar de stof uitsteekt. Neem het patroon over op de stof met behulp van een potlood of pen. Draai de ring hierna om en neem het patroon ook over aan de andere zijde. Zo blijft het tijdens het uitwerken vanuit beide kanten zichtbaar waar je moet insteken.
- Ga nu verder met het invullen van het patroon. Start met het garen voor de streepjes van de manen en wikkel hiervan een stukje van het bolletje af. Knip de draad niet af, dit is niet nodig. Wel moet de draad losjes liggen zodat deze goed door de naald glijdt.
- Rijg het uiteinde van het garen door de naald. Steek hiervoor eerst de draaddoorhaler van boven naar beneden door de naald, haal het garen door de draaddoorhaler en trek deze vervolgens door de naald. Steek hierna de draaddoorhaler door het puntje van de naald, haal het garen wederom door de draaddoorhaler en trek deze door de punt. De naald is nu klaar om te gebruiken.
- Steek de naald door de stof en trek deze weer terug omhoog. Doe dit rustig aan en zorg ervoor dat het garen aan de andere kant van de stof blijft zitten. Verplaats de naald nu een of twee vakjes verder en steek de naald weer door de stof. Er ontstaan nu lusjes aan de andere kant van de stof. Dit wordt straks de voorkant waar de manen als lusjes zullen zitten. Vul zo eerst de streepjes van de manen in en ga daarna ook verder met de manen zelf. Werk om de vlakken makkelijk te vullen in rondjes of steek zig-zag heen en weer. Let op: bij het verplaatsen van de naald moet het garen goed door de naald blijven glijden. Houd hiervoor in de gaten dat de draad goed door het oogje glijdt en niet gedraaid om de naald zit. Steek hierbij ook in de juiste richting (van de vorige steek af) om dit zo te houden.
- Houdt wanneer je met de laatste lusjessteek bezig bent het garen vast aan de voorzijde van het werk en trek de naald ruim terug. Knip hierna de draad af en zorg ervoor dat je een klein uiteinde laat zitten zodat het werk niet gaat rafelen. Wanneer je de draad niet vast houdt aan de voorzijde en terugtrekt bij de laatste steek, kan het zijn dat je een aantal lusjes uithaalt. Dit is heel makkelijk te voorkomen door de draad eventjes vast te pakken.
- Maak als laatste de lusjes om de oren heen. De buiten rand van de oortjes is met lusjessteken, de binnenkant van de oortjes is met platte steken. Wanneer alle lusjessteken klaar zijn kun je het werk omdraaien. Werk nu verder aan de voorkant van de ring. De rest wordt dus ingevuld met platte steken. Maak eerst de randjes in de oren, de ogen en het neusje. Vul daarna de rest van het gezicht op hier tussenin. Let er bij de platte steken op dat het garen mooi tegen elkaar aanzit bij de steken. Wanneer er teveel ruimte tussen de steken zit blijft de onderliggende stof zichtbaarder.
- Trek bij de eerste platte steek het uiteinde van het garen door naar de achterkant, dan zijn deze later niet zichtbaar in je werk. Trek bij de laatste steek het garen al iets verder door de naald aan de achterkant van het werk, nog voordat je de naald weer terug omhoog haalt. Knip de draad aan de achterkant af en zorg ervoor dat je een klein uiteinde laat zitten om rafelen tegen te gaan. Haal de naald uit het werk.
- Wanneer alle onderdelen ingevuld zijn met garen kan je controleren of de stof nog mooi in de ring zit. Trek deze eventueel nog wat aan en draai de ring goed stevig vast. Knip hierna het restant stof rondom de ring af. Werk overige uiteinden aan de achterkant weg door deze op ongeveer 1cm af te knippen of plak deze vast tegen de achterkant van het werk met een beetje textiellijm.

maak jouw HEMA punch needle wandhanger

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Zes bolletjes garen in jouw favoriete kleur
- Borduurstof voor in de ring (lichte kleur of wit)
- Borduurring 20 cm diameter
- Punchnaald 2.5 – 3 mm met draaddoorhaler
- Punchnaald 5 mm met draaddoorhaler
- Schaartje
- Potlood of pen

Afmetingen:
De maat van de wandhanger, gemaakt volgens onderstaand patroon, is 20 cm diameter.


zo maak je een punch needle wandhanger

- Begin met het opspannen van de stof in de borduurring. Gebruik borduurstof in een lichte kleur, dan schijnt de kleur niet door het garen heen. Knip het restant stof rondom de ring nog niet af, doe dit pas helemaal aan het einde.
- Leg de ring vervolgens met de achterkant naar boven voor je neer. Dit is de kant waar de stof uitsteekt. Neem het patroon over op de stof met behulp van een potlood of pen. Draai de ring hierna om en neem het patroon ook over aan de andere zijde. Zo blijft het tijdens het uitwerken vanuit beide kanten zichtbaar waar je moet insteken.
- Ga nu verder met het invullen van het patroon. Start met het garen voor het onderste vlak en wikkel hiervan een stukje van het bolletje af (in het voorbeeld is dit het lichtgroene bamboe garen). Knip de draad niet af, dit is niet nodig. Wel moet de draad losjes liggen zodat deze goed door de naald glijdt.
- Rijg het uiteinde van het garen door de naald. Steek hiervoor eerst de draaddoorhaler van boven naar beneden door de naald, haal het garen door de draaddoorhaler en trek deze vervolgens door de naald. Steek hierna de draaddoorhaler door het puntje van de naald, haal het garen wederom door de draaddoorhaler en trek deze door de punt. De naald is nu klaar om te gebruiken.
- Steek de naald door de stof en trek deze weer terug omhoog. Doe dit rustig aan en zorg ervoor dat het garen aan de andere kant van de stof blijft zitten. Verplaats de naald nu een of twee vakjes verder en steek de naald weer door de stof. Er ontstaan nu lusjes aan de andere kant van de stof. Dit wordt straks de voorkant. Vul zo eerst de onderste vlakken in en werk daarna verder omhoog. Werk om de vlakken makkelijk te vullen in rondjes of steek zig-zag heen en weer. Let op: bij het verplaatsen van de naald moet het garen goed door de naald blijven glijden. Houd hiervoor in de gaten dat de draad goed door het oogje glijdt en niet gedraaid om de naald zit. Steek hierbij ook in de juiste richting (van de vorige steek af) om dit zo te houden.
- Houdt wanneer je met de laatste lusjessteek bezig bent het garen vast aan de voorzijde van het werk en trek de naald ruim terug. Knip hierna de draad af en zorg ervoor dat je een klein uiteinde laat zitten zodat het werk niet gaat rafelen. Wanneer je de draad niet vasthoudt aan de voorzijde en terugtrekt bij de laatste steek, kan het zijn dat je een aantal lusjes uithaalt. Dit is heel makkelijk te voorkomen door de draad eventjes vast te pakken.
- Stel de naald voor elk vlak in op een andere lengte. Zo krijg je aan de voorzijde van het werk verschillende lengtes in de lagen en dit zorgt voor een mooie textuur in de wandhanger. Zo wordt het lichtgroene vlak met kortere lusjes gemaakt, het donkergroene vlak met middellange lusjes en het gele vlak met lange lusjes.
- Wanneer alle lusjessteken klaar zijn kun je het werk omdraaien. Werk nu verder aan de voorkant van de ring. Het laatste vlak bovenaan, rondom de cirkel, wordt ingevuld met platte steken. Let er bij de platte steken op dat het garen mooi tegen elkaar aan zit bij de steken. Wanneer er te veel ruimte tussen de steken zit blijft de onderliggende stof zichtbaarder.
- Trek bij de eerste platte steek het uiteinde van het garen door naar de achterkant, dan zijn deze later niet zichtbaar in je werk. Trek bij de laatste steek het garen al iets verder door de naald aan de achterkant van het werk, nog voordat je de naald weer terug omhoog haalt. Knip de draad aan de achterkant af en zorg ervoor dat je een klein uiteinde laat zitten om rafelen tegen te gaan. Haal de naald uit het werk.
- Wanneer alle onderdelen ingevuld zijn met garen kan je controleren of de stof nog mooi in de ring zit. Trek deze eventueel nog wat aan en draai de ring goed stevig vast. Knip hierna het restant stof rondom de ring af. Werk overige uiteinden aan de achterkant weg door deze op ongeveer 1cm af te knippen of plak deze vast tegen de achterkant van het werk met een beetje textiellijm.

maak jouw HEMA geknoopte bloemen

 geknoopte bloemen

dit heb je nodig

Benodigdheden:
- Een bolletje wol in jouw favoriete kleur
- Breivork
- Stopnaald
- Schaartje

Afmetingen:
De maten van de geknoopte bloemen, gemaakt volgens onderstaand patroon, zijn ongeveer 11 cm diameter voor de dubbele bloem (het kleine klavertje is 9 cm diameter) en 10 cm diameter voor de 5-blads bloem.

geknoopte bloemen

zo maak je geknoopte bloemen

Instructies:
- Pak de bol garen en rijg het uiteinde door het oogje van de breivork. Wikkel het garen vervolgens om de pootjes heen zoals aangegeven in het diagram. Haal hierna de onderste lussen over de bovenste lussen heen. Doe dit gewoon met je vingers. Mocht je dit lastig vinden kun je hiervoor bijvoorbeeld ook een haaknaaldje gebruiken.
- Ga op deze manier verder en wikkel telkens een nieuwe lus om elk pootje en haal daarna de onderste lus over de bovenste lus heen. Trek tussendoor het koord steeds een beetje verder door het oogje zodat deze niet in de weg gaat zitten.

Dubbele bloem:
- Voor de dubbele bloem zijn er twee losse geknoopte koordjes nodig. Eentje van ongeveer 30 cm lengte en eentje van ongeveer 40 cm lengte. De werkwijze voor beide lagen is wel gelijk.
- Zodra het koord lang genoeg is kan het uiteinde afgeknipt worden op ongeveer 20 cm. Haal het uiteinde door de laatste twee lussen en trek aan. Haal het koord uit de breivork.
- Knoop nu als eerste de beide uiteinden aan elkaar vast. Hierdoor ontstaat er een gesloten cirkel. Vouw de cirkel dubbel en bepaald het uiteinde direct tegenover de knoop. Vouw dit punt nu naar de knoop toe en draai de uiteinden van het garen om het koord. Zet vast met een knoopje. Je hebt nu als het ware een 8-vorm. Bepaald nu de uiteinden van de bovenkant en de onderkant van de 8 en vouw deze ook naar het geknoopte midden toe. Draai ook nu de uiteinden van het garen om het koord en zet ook hier vast met een knoopje. Je hebt nu van de 8-vorm een klavertje gemaakt.
- Herhaal de bovenstaande stappen voor het tweede stuk koord. Hierna heb je een groot en klein klavertje die mooi op elkaar passen qua maat. Knoop vervolgens het kleine klavertje vast bovenop het grote klavertje met behulp van de draaduiteinden. Werk overige uiteinden als laatste weg in de bloem.

5-blads bloem:
- Voor de bloem met 5 blaadjes is er één koord nodig van ongeveer 50 cm lengte. Zodra het koord lang genoeg is kan het uiteinde afgeknipt worden op ongeveer 20 cm. Haal het uiteinde door de laatste twee lussen en trek aan. Haal het koord uit de breivork.
- Rijg een van de twee uiteinden door de stopnaald. Bij een koord van 50 cm lengte bestaat elk blaadje uit ongeveer 10 cm koord. Pak nu het eerste punt en vouw hier een klein stukje dubbel. Steek de naald door de twee lagen koord heen. Het uiteinde van het koord buigt nu al mee naar binnen en hiermee ontstaat het eerste blaadje. Pak nu het tweede punt vast en vouw ook hier een klein stukje dubbel. Steek nu wederom de naald door de twee lagen koord heen. Tip: Steek de naald eventueel een paar keer heen en weer door de reeds gemaakte lussen om extra stevigheid te geven. Ga zo verder met de overige punten om alle vijf de blaadjes te maken. Rijg als laatste de naald door het andere uiteinde en knoop de draaduiteinden samen. Hierdoor komt de bloem helemaal samen. Rijg de naald nog een rondje door de vastgezette punten om ervoor te zorgen dat alles stevig vast zit. Werk overige uiteinden als laatste weg in de bloem.