stokje haken: zo pak je dat aan!
Ben je pas begonnen met haken? Wat leuk! Dan is het handig om eerst de basissteken te leren. Eén daarvan is het ‘stokje’. In dit artikel laat Paula van Haakspot samen met HEMA zien hoe je een stokje haakt, mét handige video. Even oefenen… en voor je het weet maak je de mooiste dingen!
wat is een stokje en wanneer gebruik je deze steek?
Een stokje is een van de belangrijkste basissteken bij het haken. Om deze steek goed te kunnen maken, is het handig om eerst de opzetlus en de losse te oefenen, en daarna de vaste en het stokje. De opzetlus heb je altijd nodig, en het stokje lijkt een beetje op de vaste, alleen met één extra stap.
Heb je deze steken onder de knie? Dan kun je met het stokje je haakwerk naar een hoger niveau tillen. Een stokje is namelijk hoger dan een vaste steek. Daardoor wordt je haakwerk wat luchtiger en soepeler. Ideaal voor projecten zoals een babydekentje, een sjaal of zelfs kleding!
Let op: naast het stokje heb je ook nog een half stokje. In dit artikel laat Paula zien hoe je een half stokje maakt.
hoe haak je een stokje?
Een stokje haken lijkt in de basis op een vaste, maar je voegt één extra stap toe. In de video laat Paula je stap voor stap zien hoe je dat doet. Onder de video vind je ook een handig stappenplan, zodat je alles rustig kunt nalezen.
Weet je niet welke spullen je allemaal nodig hebt voor jouw haakproject? Lees dan eerst ons artikel over leren haken voor beginners.
stappenplan: stokje haken
- Begin de nieuwe rij met twee losse steken. Een stokje is hoger dan een vaste, dus je hebt deze extra hoogte nodig.
- Draai je werk om, zodat je haaknaald rechts van je haakwerk zit. Als je linkshandig bent, houd je je haakwerk juist andersom.
- Sla de draad om je haaknaald.
- Steek de naald in de volgende steek en sla de draad opnieuw om.
- Haal de draad op. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
- Sla de draad om en haal hem door de eerste twee lussen. Je houdt nu nog twee lussen over.
- Sla de draad nog een keer om en haal hem door de laatste twee lussen. Gefeliciteerd, je hebt nu jouw eerste stokje gehaakt!
in het kort
Wil je zeker weten dat je geen steken laat vallen? Houd dan dit handige geheugensteuntje erbij tijdens het haken:
- Omslaan → insteken → omslaan → ophalen
- Je hebt nu drie lussen op je naald
- Omslaan, door twee lussen halen
- Omslaan, door de laatste twee lussen halen
handige tips om je stokje netjes te haken
Wil je dat je stokjes er mooi en gelijkmatig uitzien? Met deze twee simpele tips kom je een heel eind:
tip 1: haak niet te strak
Je wilt dat de draad soepel over je naald glijdt. Haak je te strak, dan wordt het lastiger om de draad door de lussen te halen. En dat maakt het haken onnodig moeilijk.
tip 2: let op je draadspanning
Dit geldt eigenlijk voor alle steken. Probeer elke steek met dezelfde spanning te haken. Zo worden je stokjes netjes, gelijk en ziet je haakwerk er mooi verzorgd uit.
Oefen erop los en je zult vanzelf merken dat het steeds beter gaat. Veel plezier!
shop alles om te beginnen met haken
veelgestelde vragen
wat is het verschil tussen een heel stokje en een half stokje?
Bij een heel stokje haal je de draad eerst door de eerste twee lussen en daarna nog een keer door de laatste twee. Bij een half stokje haal je de draad meteen door alle drie de lussen tegelijk. Daardoor is een half stokje lager en compacter dan een heel stokje.
wat is het verschil tussen een vaste steek en een stokje?
Een vaste is een kleine, compacte steek. Een stokje is hoger en daardoor luchtiger. In de video kun je aan het einde goed zien hoe verschillend deze steken eruitzien.
ik krijg de draad niet goed door de lussen. hoe komt dat?
Waarschijnlijk haak je te strak. Bij een stokje moet je de draad steeds soepel door meerdere lussen halen. Als je steken te strak zijn, blijft de draad sneller hangen. Haak iets losser en let op je draadspanning — dat maakt het meteen veel makkelijker.
werkt het haken van het stokje anders als je linkshandig bent?
Nee, de steek zelf blijft precies hetzelfde. Je voert alleen alle stappen in spiegelbeeld uit. Je houdt de haaknaald in je linkerhand en het haakwerk in je rechterhand, maar verder haak je het stokje op dezelfde manier.




